Home » Korte verhalen » Toezicht

Toezicht

Gepubliceerd op 2 oktober 2021 om 13:57

Gerda vond zichzelf geniaal. Een ander woord kon ze niet voor zichzelf verzinnen en dit vatte haar het beste samen. Wat anderen hiervan dachten interesseerde haar niets. De anderen waren immers dom, onnozel en ziende blind. Hier in haar straatje was iets afschuwelijks aan de gang en niemand had het door. Zij, Gerda Versteeg, was de enige die over gezond verstand beschikte (naast een paar fijne onzichtbare eigenschappen, want ze had de uitstraling van een onopvallende grijze muis en niemand die op haar lette) en zij moest nu iets doen. Er was geen tijd te verliezen.

 

Groot gebracht met het lezen van detectives en het oplossen van raadsels, had Gerda zich gespecialiseerd in het misdaadgenre. Kleine Gerda was een spichtig meisje met grijze ogen, asblonde dunne haren en scherpe gelaatstrekken. Ze stak haar puntige neusje graag in andermans zaken en luistervinkje spelen was haar lievelingsspelletje. Gerda speelde graag alleen, maar haar moeder dwong haar vaak om na school af te spreken met een klasgenootje. Aangezien ze bang was voor haar moeder, speelde ze de brave dochter. Helaas kon ze geen interesse opwekken voor de lievelingsonderwerpen van andere meisjes. Jonge poesjes boeiden haar niet, paarden vond ze stinken en mode vond ze oppervlakkig. De ouders van de meisjes vond ze daarentegen wel interessant. Zij spraken over onderwerpen ongeschikt voor kinderen zoals jaloezie, overspel en moord. Het laatste sprak zeer tot Gerda’s verbeelding en ze kon niet wachten tot ze haar eerste lijk kon zien. Na de geschokte reacties van klasgenootjes besloot Gerda haar morbide fascinatie voortaan voor zichzelf te houden.

 

Haar moeder was een norse koppige vrouw met dezelfde uitstekende neus voor verboden onderwerpen. Carla bracht het liefste haar tijd door met roddelen en het rondstrooien van praatjes, per telefoon of in levende lijve. Gerda observeerde haar moeder in haar spelletjes en kopieerde het manipuleren en uithoren van onschuldige anderen. Carla was rond, groot en aanwezig, je hoorde haar scherpe stem al van verre. Ook was ze onvoorspelbaar en haar stemming wisselde met het uur. Haar dochter leerde onzichtbaar en braaf te zijn in haar moeders bijzijn, daarbuiten was ze een achterbaks kreng. Ze profileerde zich echter als stil onopvallend meisje en kon vreselijk lief lachen. Ogenschijnlijk leek ze het tegenovergestelde type van haar moeder, maar wie beter keek voelde dat er iets niet klopte aan het kind.

 

Carla hield ervan anderen te commanderen en haar man was ze met gemak de baas. Gerda haatte haar vader om zijn onderdanige slaafse houding, het maakte haar witheet. Graag had ze een vader gehad die haar moeder een pak rammel gaf, als ze sterk genoeg was zou ze het zelf willen durven. Om te overleven onder de scherpe ogen van haar moeder bedacht Gerda een nieuwe identiteit. Tijdens haar huishoudelijke taakjes trok ze zich terug in haar eigen wereld. Hier was zij de baas en ze opereerde onder de naam: Fabiola Intensa. Een prachtige naam gejat uit de Bouquetreeks.

 

Als Fabiola speelde ze met haar klasgenootjes die natuurlijk van niets wisten. Het was voor Gerda een tweede natuur om een ander te zijn, ze wist niet beter. Waar het vriendinnetje in paniek raakte van een dode muis, inspecteerde Fabiola het lijkje met grote interesse. Wanneer er een hamster overleed en haar vriendinnen huilden, observeerde zij het stervende diertje met enthousiaste nieuwsgierigheid. Het krommen van het ruggetje, de stuiptrekkingen en zelfs de uitpuilende oogjes deden haar niets. Met moeite wist ze een grijns te onderdrukken. Fabiola hield hartstochtelijk van lijden en ontwikkelde voelsprieten om het overal te herkennen. Zelf leed ze ook, maar ze herkende het niet als zodanig. Ze was een somber kind dat enkel bij ellende van anderen plezier voelde. Van haar eigen emoties had ze geen verstand, ze had immers zorgvuldig geleerd zich van zichzelf te distantiëren.

 

Fabiola was zonder merkbare veranderingen uitgegroeid tot een volwassen vrouw en ze droeg haar naam in het openbaar. Fabiola Versteegh. Er was niemand die dat opviel want ze had met niemand echt contact. Ze was sowieso een onopvallende verschijning zonder make-up en droeg altijd zwarte kleding. Het enige opvallende aan haar waren haar heldere ogen die onrustig heen en weer flitsten, angstig om een detail over het hoofd te zien. Haar vader was jaren geleden aan een hartstilstand overleden. De kist was direct gesloten tot Fabiola’s grote teleurstelling, maar haar moeders wil was wet. Carla was als weduwe verschrompeld tot een mager vrouwtje omdat ze niemand meer had om haar frustraties op bot te vieren. Ze was letterlijk verzuurd en verbitterd. Fabiola weigerde nog langer contact met haar moeder te onderhouden toen deze een nieuwe prooi had: een rijke oude behoeftige kneus. Carla had haar dochter letterlijk losgelaten en Fabiola had zich bevrijd gevoeld en zichzelf getrakteerd op taart en een flinke borrel. Dit was na drie jaren enkel nog een vage herinnering en Fabiola voelde er bitter weinig bij.

 

Het wonen in het jaren tachtig hofje beviel haar goed, het was rustig maar het uitzicht op alle buren was gunstig. Fabiola werkte niet, want ze was zo slim om haar auto-immuunziekte flink aan te dikken. Ze wilde echt heel graag werken, maar ja de energie ontbrak nu eenmaal. Eens in het half jaar had ze een evaluatiegesprek met haar werkconsulente van de Gemeente en het lukte haar altijd bijzonder emotioneel te reageren. Ze had hier een kunstje voor bedacht aangezien gevoelens haar weinig zeiden, maar ze hun uitwerking wel kende. Voordat ze haar gesprek had glipte ze snel het toilet in en sloeg zichzelf in haar gezicht met haar vlakke hand tegen haar neus en wangen zodat deze rood kleurden. Daarna bette ze haar ogen met water en keek ze nog even met opengesperde blik in de warme blower. Haar consulente zag een gebogen gestalte binnenkomen met een rode natte neus, vlekken in het gezicht en troebele ogen. Het gesprekje zelf hoefde daarom niet lang te duren, de verlenging was opnieuw ingezet. Vrij van sollicitatieplicht. ‘Yes!’ siste Fabiola binnensmonds toen ze naar huis toe fietste. Ze kon weer ongestoord verder gaan met haar obsessie: toezicht houden in haar straat.

 

Wanneer je een buurtonderzoek zou houden in de Weegbreehof onder de bewoners, over hoe ze hun buurtgenoot van nummer 59 zouden omschrijven, zou je waarschijnlijk de volgende kreten horen: wie bedoel je? - die ken ik niet - oh die stille, vaag mens - je bedoelt die grijze muis? - da’s een uitkeringstrekker, doet niets anders dan bankhangen - ik heb werkelijk geen idee wie daar woont - ze zal vast aardig zijn alleen ik heb er geen beeld bij – die spoort niet – nieuwsgierig typje maar volstrekt ongevaarlijk – was dat niet de dochter van…of lijkt ze er alleen maar op?

 

Helaas was er geen buurtonderzoek omdat Fabiola volstrekt onbelangrijk leek. Toch was ze heel bedrijvig met voor haar zeer belangrijke zaken: het bespioneren van iedereen die haar interesse had gewekt. De overbuurman rechts, een alleenstaande man van in de zeventig keek iedere avond porno. Fabiola had dat ontdekt op haar avondwandeling en wist precies waar een doorkijkje tussen de luxaflex zat. Haar bovenburen mishandelden hun kinderen, dat wist ze zeker want ze hoorde dagelijks geschreeuw en kabaal via het plafond. Ze had nu al verschillende malen ‘Meld misdaad anoniem’ gebeld en voelde zich beledigd dat er niets mee gedaan werd tot nu toe. De middelbare buurvrouw van rechts ging vreemd want ze liet ’s avonds mannen binnen, terwijl haar man op het olieplatform werkte. Als wraak bestelde Fabiola pikante postordercatalogi op het adres van de buurvrouw en ze meende laatst een verhitte discussie op te vangen.

 

Haar grootste obsessie betrof het piepjonge stelletje schuin tegenover haar, hier was iets ernstigs aan de hand. In haar aantekeningenboek schreef ze met haar keurige kleine handschrift: mannelijke psychopaat, vrouwelijk slachtoffer, werkeloos, gordijnen altijd dicht, man altijd alleen weg in donkerblauwe auto, vrouw nooit mee, korte tripjes van een half uur tot een uur, geen inkijk in woning mogelijk, slordige voortuin met grote coniferen. Voorlopige diagnose: vrouw is slachtoffer van psychopaat, wordt tegen haar wil vastgehouden, acute hulp is gewenst.

 

Fabiola voelde totaal geen medelijden met de jonge vrouw in kwestie, nog geen twintig en zo onnozel om al samen te willen wonen. Eigen schuld! De man wilde ze daarentegen graag straffen. Ze misgunde hem zijn macht en wellustige uitspattingen. Toen ze op een dag oog in oog stond met de vrouw meende Fabiola een blik des doods te herkennen. Ze wachtte een half uurtje tot het stelletje weer in de woning was en ze belde Veilig Thuis. Met een hysterische stem kostte het haar niet veel moeite de troepen te verzamelen en gaf een valse naam en telefoonnummer door. Haar geheime nummer bleek nog altijd handig. Toen de politie met grof geschut de straat bezette en de woning betrad gluurde Fabiola met intens genoegen door de vitrage. Vervolgens zag ze tot haar verbijstering dat het team weer vertrok zonder de man. Wel liepen twee agenten alle deuren langs. Nee zij had niets gehoord of gezien. Wat een schande, vals alarm?! Wat vreselijk vervelend voor die vriendelijke overburen. Ja, als haar iets te binnen zou schieten zou ze bellen. Tot ziens.

 

Tandenknarsend sloot ze de voordeur en liet zich geluidloos in elkaar zakken. Ze sloeg zichzelf net zolang met haar hoofd tegen de koude muur totdat ze wazig zag maar wel rustig werd. Zo bleef ze een tijdje liggen. Fabiola beloofde zichzelf plechtig een nieuw slachtoffer te vinden en stond verrassend soepel op. Met een kopje thee en nog bonkende slapen nestelde ze zich een uurtje later op haar vaste plekje bij het raam. Hoop doet leven.

 

 

@missnienox

 

Iedere overeenkomst met bestaande personen berust op louter toeval. Dit verhaal komt simpelweg uit mijn brein. Ik heb al sinds mijn tienerjaren een fascinatie voor vileine en geschifte karakters (alleen in verhalen). Roald Dahl en Stephen King zijn altijd een grote inspiratiebron voor mij geweest met hun magistrale gestoorde en briljante karakterbeschrijvingen. Ik kom niet in de buurt van hun kwaliteiten, maar ik houd er enorm van - verhalen met een duister kantje.

 

 

verrekijker traveler gluren @missnienox kijker

«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Gerda
8 maanden geleden

Mooi verhaal over een niet zo fijne naamgenoot. Grappig dat je in je voetnoot over Roald Dahl begint. Het type deed me namelijk denken aan Miss Trunchbull uit Mathilda. Ben groot fan van Roald Dahl en zijn bizarre personages en kan heerlijk griezelen bij de soms doodenge verhalen van Stephen King. Vroeger ook genoten van Agatha Christie met ogenschijnlijk vriendelijke lieve oude dames die halve dorpen uitroeiden. Dank voor je mooie verhaal, smaakt naar meer.

Nienke
8 maanden geleden

Bedankt voor je mooie en inspirerende reactie lieve Gerda. Leuk om te horen dat jij ook zo van die schrijvers genoot en kunt genieten. Ik schreef dit verhaal 2 jaar geleden en toen kende ik nog geen Gerda;) Agatha Christie, de koningin van de misdaad, is mijn absolutely lievelings auteur. Hoe zij psychologie, herkenbare en toch unieke karakters en vernuftige misdaden wist te combineren tot altijd intrigerende verhalen, dat is grote klasse. Bedankt voor jouw prachtcompliment, dat dit verhaal naar meer smaakt!