Mode-meisje

Gepubliceerd op 23 september 2021 om 09:41

Als kind had ik al oog voor kleding. Ik mocht zelf bepalen wat ik droeg en ik koos vrolijke kleurtjes en zachte stofjes. Gelukkig begreep mijn moeder mijn smaak en er hing genoeg moois in mijn kast om uit te kiezen. Van een bruin gebloemd 'Holly Hobbie' jurkje tot een rood met blauw trainingspak. Maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik wenste te bepalen. Vandaar dat er foto’s zijn van een meisje - ze droeg een rode korte broek, een knalroze badstof T-shirt en hoog opgetrokken rood-wit gestreepte kniekousen. Het lijkt nu een belachelijke outfit, maar mijn moeder houdt vol dat het mijn eigen keuze was. Ik vrees dat ze helemaal gelijk heeft, want ik wist precies wat ik wilde. Toen al.

 

 

Nog helder herinner ik me een geel gebloemd lakjasje – het was een favoriet - net als mijn beige ribfluwelen broek met wijde pijpen. Mijn moeder naaide veel kleding zelf, ik was een jaren ‘70 kind en hield van die mode in paars, bruin en groen. Oranje stond me niet, net als beige , daar sloeg ik vreselijk bleek bij weg. Mijn moeder wist dat, maar mijn oma niet. Zij naaide op een winter een beige met bruin geruit wollen jasje. Ik adoreerde het fluweelzachte stofje, maar mijn moeder bekeek mijn bleke smoeltje met afschuw. De jas was schitterend gemaakt door oma – de coupeuse, maar helaas had zij niet zo’n goed gevoel voor kleur. Mijn moeder zweeg wijselijk. Ook mijn haar droeg ik anders, net als een jongetje. Ik weigerde lang haar met staartjes, want daar zouden jongens aan gaan trekken. Al bouwde ik hutten met mijn broers, in mijn hart was ik een modemeisje.

 

De liefde is er altijd geweest, het oog voor de schoonheid. Alleen wist ik nog weinig van mode, dat kwam pas in de puberteit. Ik herontdekte kledingstukken van mijn moeder. Zij had een schat aan vintage verzamelingen. Kleding, schoenen en accessoires. Ineens had het voordelen om een moeder te hebben die alles bewaarde en die van niets afstand kon doen. Zwarte leren laarzen met blokhakken, jeans met wijde pijpen, bruine suède jasjes en een paars tweed colbertje. Allemaal rechtstreeks uit de jaren ‘60 en ‘70 en nog in perfecte staat. Ik bleek een modehart te hebben, dat heel hard begon te kloppen dankzij deze vondsten. Mijn moeders trouwpak van Frank Govers was het topstuk, maar dat wilde ze nog niet kwijt aan mij. Het was een rode tuniek met bijpassende pantalon met wijde pijpen, van rode brokaat met gouden geborduurde patronen. Het was heel modern in die tijd (1969) om niet voor een trouwjurk te kiezen, al kon de oudere generatie daar nog niet aan wennen. Mijn moeders oma fluisterde op de trouwdag: “Zeg, moet de bruid zich niet eens gaan verkleden?!”

 

Met een creatieve moeder die handig was met de naaimachine en een oma als coupeuse, was het niet vreemd waar mijn ambities lagen. Vanaf mijn vijftiende ging ik ieder weekend dansen in de discotheek. Naast het kijken naar jongens was mijn kleding van levensbelang. Maar omdat mijn budget beperkt was, leerde ik net als mijn moeder en grootmoeder creatief te zijn. Van niets – iets maken. Het combineren van verschillende kledingstukken tot een nieuw exemplaar. Ik naaide driehoekige gekleurde lappen stof onder in smalle broekspijpen zodat ik ook ‘flared-jeans’ had (een broek met uitlopende pijpen). Ik versierde spijkerjasjes zodat ze uniek werden. Mijn grootste drijfveer was om op te vallen, om uniek te zijn. Ik voelde me altijd al anders en wilde dat ook in mijn kleding uitstralen. Door tweedehands en nieuw te combineren met zelfgemaakte items, creëerde ik mijn eigen stijl. Ik droeg hotpants, panty's met grafische patronen en kleurige topjes van Coolcat. Met mijn ondernemende schoonzus reisde ik op een dag heen en weer naar Amsterdam. Het Waterlooplein was het walhalla voor ons: vintage laarzen en pumps met plateauzolen uit de jaren 70, versleten spijkerbroeken van Levi’s (type 501) en leren jasjes. Met ons studentenbudget waren dit haalbare modeklassiekers en ik kan nog de feestvreugde voelen, die we beleefden op de terugreis met onze rugzak vol schatten. Deze tripjes waren onvergetelijk.

 

 

Het verraste niemand dat ik de opleiding Modevormgeving aan de Kunstacademie Minerva ging volgen. Samen met mijn vrienden huurden we een huis in Groningen. De studententijd was begonnen en daarmee ook mijn echte kennismaking met mode. Hoewel de Academie veel verschillende studierichtingen huisvestte: beeldhouwen, illustratie, grafisch ontwerpen en schilderen, was modevormgeving een geïsoleerd gedeelte. Wij zaten op ons eigen eiland en werden gekscherend in de gangen de ‘modemeisjes’ genoemd. De drie mannelijke studenten die er ook zaten vonden dat wel grappig. Ik leerde de ambacht van kleding naaien, ontwerpen, ik leerde over kunst- en kostuumgeschiedenis, filosofie, modeltekenen (natuurlijk met naaktmodellen), textielwarenkennis en mode-illustratie. Als redelijk goede tekenares met een grote liefde voor mode, had ik nog veel te leren.

 

Mijn ogen werden geopend voor de wereld en de kunst in het bijzonder. We bezochten Mode-vakbeurzen en modetentoonstellingen in diverse musea. Ook maakten we kennis met zowel commerciële als autonome ontwerpprocessen in de mode. Ik liep als model in modeshows, maar kleedde ook modellen in mijn ontwerpen. Hoogtepunten waren de reisjes naar Parijs: slenteren door de stad over grote antiekmarkten. Tussen de nertsjassen hingen zomaar vintage stukken van Chanel, Courreges en Yves Saint-Laurent, voor ons arme studenten helaas onbetaalbaar. Tweedehandswinkeltjes werden door ons uitgeplozen, op zoek naar fantastische vergeten modestukken. Ons studentenbudget was krap en we konden ons niet veel veroorloven. Het maakte je heel kritisch in je aankoop.  Wanneer je dan toch met een leren jaren ‘70 jasje, een tweed colbert in visgraatmotief en een nieuw designershirt (Kookai) terugkwam in je hotel, dan was je heel dankbaar en je voelde je je rijk.

 

 

kunstacademie mode modemeisje parijs modeshow vintage

 

Mijn stage bij Marlies Dekkers in het vierde en laatste jaar van de studie (1995) was de kroon op mijn opleiding. (Marlies ontwierp en produceerde bodyfashion: lingerie, badmode en ‘spannende’ bovenkleding). Wel een kroon die je op twee manieren kunt dragen moet ik er aan toevoegen. Positief was dat ik werkelijk alles leerde wat er bij een modebedrijf komt kijken. Ik ontwierp lingerie, maakte technische tekeningen, verzorgde bestellingen, maakte facturen, naaide halffabricaten af (kledingstukken die voor de helft door fabrieken werden vervaardigd). Ook hielp ik bij grote modeshows achter de schermen: strijken, modellen aankleden, accessoires regelen enz. En zelf fungeerde ik vaak als doorpasmodel en ik liep op een paar shows als mannequin voor haar op de Erolife-beurs in Utrecht (ik moest een ziek model vervangen). Tijdens deze stage woonde ik doordeweeks bij een familielid in Zoetermeer. Iedere ochtend stapte ik daar op de bus naar Rotterdam. Groningen-Rotterdam was op dagelijkse basis onhaalbaar en ik was heel dankbaar voor mijn logeeradres. Maar al leerde ik ontzettend veel gedurende deze drie maanden, het opende ook mijn ogen.

 

Het lastige aspect bleek namelijk, dat je heel ambitieus moest zijn en een loeisterk karakter nodig had om te overleven. Want al heeft Marlies Dekkers het nu helemaal gemaakt wereldwijd (wat mij niet verbaasd heeft met haar kracht en doorzettingsvermogen), destijds was ze al meer dan tien jaar bezig, had een heel team van familie en mensen om haar heen, toch kwam het haar niet aanwaaien. Alles draaide om haar – haar merk – haar ambitie. Daar heb je een bepaald soort karakter en zielsmissie voor nodig en Marlies had het hele pakket. Haar bedrijf was toen geen vetpot, haar bodyfashion werd vooral online verkocht en een fysieke eigen winkel was er nog niet. Toch werkte iedereen keihard en altijd enthousiast, met mooie sterke Marlies aan het roer van haar schip.. Het werd mij duidelijk dat ik nog niet een kwart van haar ambitie had, mijn karakter was te lief en de harde commerciële modewereld sprak mij niet aan. Ik ben daarna afgestudeerd met een prachtige eindcollectie badmode, geïnspireerd door mijn stage. Daarna heb ik mij teruggetrokken uit de creatieve modewereld en ben ik me gaan bezinnen op ander werk.

 

@missnienox nienke stage eindexamen collectie marliesdekkers beurs modeshows

 

Ik ging wel werken in de mode, maar niet meer creatief. Als assistent- bedrijfsleider ging ik aan de slag bij een groot modefiliaal. Het was een commerciële functie, waarin ik opnieuw veel leerde, voornamelijk op zakelijk gebied. Alles verliep volgens regels en folders en ik kon mijn creativiteit niet kwijt. Ook de grote verantwoordelijkheid verpestte mijn plezier in het werken en ik koos uiteindelijk voor een vergelijkbare functie bij een kleine boetiek. Hier kon ik veel zelf bepalen en uitvoeren en ik vond deze vrijheid heerlijk. Ons team telde drie personen en een bedrijfsleider die eens per week kwam binnenwaaien. We deden alles zelf: etaleren, klanten adviseren, orders verzorgen, de administratie en het storten in de kluis van de dagomzet. Ik had eerste keuze in het uitzoeken van kleding voor mezelf en vaak verkocht ik vergelijkbare items die ik zelf droeg. Klanten werden door mij geïnspireerd en mensen stonden vaak stil bij onze etalage. Uiteindelijk bleek onze kleding te hip voor het kleine stadje, werd er te weinig verkocht en verdween de boetiek. Ik denk met veel plezier terug op deze leerzame periode.

 

Vele jaren en drie kinderen later, is de mode weer uit haar winterslaap gekomen. Het moederschap heeft mij een ander leven en lichaam gebracht. Ik moest mijn eigen stijl hervinden. Eigenlijk hoefde ik niet ver te zoeken, alles was al aanwezig in mijn leven. Mijn modegevoel moest alleen even opgegraven en afgestoft worden. Wat vroeger tweedehands heette, heet al jaren vintage. Zonder dat ik het wist heb ik mij altijd zo gekleed, alleen het stond tijdens het moederen over kleine kinderen tijdelijk op een laag pitje.  Ondertussen zijn mijn kinderen tieners en voel ik me jonger dan ik ben.

 

Mijn liefde voor de jaren '50/'60/'70 uit zich in een retro interieur en een stoere en vrouwelijke rockabillystijl. Mijn huidige kleding varieert van vintage vondsten, nieuwe stukken op vroeger geïnspireerd (retro) gecombineerd met zelfgemaakte items. Mijn creativiteit kan ik kwijt in mijn eigen projecten, kleding en interieur. Mijn silverhairjourney heeft me een nieuw kort kapsel gebracht en mijn stijl heeft meer pit gekregen. Net als mode verandert je smaak gedurende het leven.

 

Mode betekent voor mij unieke kledingstukken, waarin je de ambacht herkent, samengevoegd tot een persoonlijke stijl. Het ontwerp en materiaalgebruik, de snit en het oog voor detail - alles is even belangrijk. In vintage kleding komt dit allemaal samen en vaak zijn dit tijdloze stukken, die elke trend overleven. Het tweed colbert van mijn moeder beleeft haar tweede ronde en is al opgemerkt door mijn dochter. Ook een meisje met een hart voor mode.

 

 

@missnienox

 

 

Heb jij ook iets speciaals met mode? Ik lees het graag.

 

 

@silvernienox @missnienox silversister nienke

«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Gerda
een jaar geleden

Wat leuk dat mode, zelf iets maken en ontwerpen etc. van de ene vrouw in je familie naar de andere doorgegeven wordt. Fijn geschreven ook weer ☺️

Nienke
een jaar geleden

Dank je wel voor je leuke reactie Gerda! Ja, het mode-stokje werd echt doorgegeven in onze familie. Ook nichten en tantes weten wel raad met een naaimachine. Allemaal veelzijdige vrouwen ook.