Advents-kalender

Gepubliceerd op 10 december 2022 om 01:11

 

De ruiten waren beslagen en Olivier veegde ze helder met zijn handschoenen. Zijn adem stokte. Een prachtige etalage straalde hem tegemoet. Adventskalenders – de ene nog fraaier en groter dan de ander – stonden uitgestald en daar tussendoor fonkelden kaarsjes en een laagje kunstsneeuw gaf alles een extra winters sfeertje. ‘Toe nou jongen, schiet eens op. Ik moet nog naar drie winkels voor ze sluiten!' drong zijn moeder aan. Olivier had hier wel eeuwig willen blijven, verzonken in de winterse wereld. En ja, hij wist precies welke kalender hij wenste. Zoiets moois had hij nog nooit gezien en hij vroeg of ze naar binnen mochten. Maar moeder wilde weg en met een laatste blik verliet hij de stoep en hij wist dat er iets was wakker geschud, diep van binnen.

 

Moeder jakkerde maar door, winkel in en winkel uit. Olivier had het tellen allang opgegeven. Drie winkels? Hij trok zich terug in zijn eigen wereld, want daar was het rustig en warm. Uiterlijk liep hij keurig op kleine afstand achter zijn moeder aan met verkleumde voeten en vingers die prikten van de kou. In gedachten stond hij voor de kleine etalage en liet zijn ogen nogmaals over de kerstartikelen gaan. Kalenders in schreeuwende rode kleuren met bolle kerstmannetjes gevuld met melkchocolade, houten kerstbomen met gecijferde laatjes voor iedere dag tot kerstmis, plastic dozen met goud en zilver gevuld met beauty-producten en zelfs een kraslot op groot formaat. ‘Iedere dag kans op geluk!’ las de kleine jongen. Nee, wat hem gelukkig maakte stond rechts in de hoek. Een beetje uit het zicht zonder omlijsting van lampjes hing hij met een punaise aan de wand. Wat als…

 

Olivier, net acht geworden, was een introvert kind. ‘Ben je eigenlijk wel een jongen?’ plaagde zijn moeder terwijl ze naar zijn oudere broer keek en lachte. Max was druk in alle opzichten. Stilzitten, zich concentreren op een eenvoudig taakje, dat zat er voor zijn broer niet in. Alles moest stuk of opgemaakt en wel direct. Olivier was het tegenovergestelde; zuinig, rustig, beschouwend en het liefst zat hij met een boekje in een hoekje. Daarin vond de jongen zijn vader, ze leken sprekend op elkaar.

 

Toen ze naar huis fietsten met volle tassen en een rode glimmende neus van de kou stapten ze af in hun straatje. De tegels waren hier en daar gevaarlijk glad door de vorst en met de fiets aan de hand laveerden ze over de stoep. Olivier keek graag bij de mensen naar binnen, zeker in de schemering. De één na de andere versierde kerstboom straalde hem tegemoet. Hij passeerde het huis van mevrouw Beentjes en hij zag haar net voor het raam terwijl ze haar kerstster uitvouwde. Ze zwaaide vrolijk. Opgelaten stak Olivier zijn vrije hand op en duwde zijn fiets verder naar huis. Hij wist nooit zo goed wat hij moest zeggen of doen als hij een vreemde tegenkwam. Ook al keek hij dagelijks bij haar naar binnen en zwaaide ze altijd, eigenlijk kende hij de mevrouw niet echt.

 

‘Verrassing!’ riep moeder vanuit de keuken. Glunderend liep ze met een dienblad met warme chocolademelk de woonkamer in. Vader keek verrukt op uit zijn zaterdagkrant, Max stopte met gamen en Olivier legde zijn boek aan de kant. Moeder wees naar de kerstboom en verborgen achter de voet zagen de broers plotseling een paar pakjes. Zonder aarzeling dook Max tussen de takken en trok alle cadeautjes te voorschijn. ‘Hier!’ en daar vlogen ze al op ieders schoot. Olivier voelde eerst voorzichtig en bekeek het inpakpapier. ‘Schreuder – uw warenhuis’ stond op een goudkleurig stickertje. Zijn hart maakte een sprongetje, zou het dan echt? Ondertussen had Max zijn pakje opengescheurd en een rode adventskalender viel op de grond. ‘Lekker mam! Hoeveel mag ik?’ Olivier keek hem geërgerd aan, wat een domme vraag. Ondertussen had vader zijn cadeau ook uitgepakt: een adventskalender met koffiecups voor iedere dag. ‘Wat een feest!’ knipoogde hij naar moeder en kneep haar zachtjes in haar wang. Moeder zelf speelde heel verrast toen ze de hare uit het pakpapier tevoorschijn haalde. ‘Iedere dag een ander lekker kopje thee, precies wat ik nodig heb!’

 

Sinds het moment voor de etalage van Schreuder kon hij aan weinig anders denken. Wat was hij graag binnengegaan om de kalender van dichtbij te bekijken, te bevoelen en bewonderen. Als hij dat toch eens durfde. Was de glitter echt? Waren de kerstelfen getekend of geschilderd en wat zou ie wel niet kosten? Hij zou prachtig passen op zijn kamer, op de muur boven zijn bed zat al een ongebruikt spijkertje. Bruut schudde Max Olivier wakker. ‘Maak nou open slome!’ Olivier had allang gezien dat zijn pakje hetzelfde formaat had als dat van zijn broer, daarvoor hoefde hij het niet open te maken. Teleurgesteld trok hij het pakpapier los en deed zijn best blij te kijken. ‘Bedankt mam’ fluisterde hij, maar moeder merkte niks, die was druk met Max corrigeren die al bezig was met zijn vierde chocolaatje. Olivier voelde zich vreselijk ongelukkig terwijl de kerstmannen hem hysterisch toelachten vanaf de gevulde kalender en hij zette het geval braaf in de vensterbank.

 

Niemand snapt mij, waarom ben ik anders? Het waren gedachten waar Olivier dagelijks tegen vocht, net als tegen zijn tranen. Max lachte hem uit als hij huilde en moeder vond dat hij flink moest zijn en daarom kneep hij zijn ogen en zijn hart dicht. Waar moest hij heen met zijn verdriet? Alleen poes Beertje begreep hem en Olivier sprintte naar zijn kamertje. ‘Ondankbare jongen,’ hoorde hij nog net van zijn moeder en ‘ik dacht echt dat hij deze wilde…’ Na een poosje kwam zijn vader de trap op, geen gestamp van Max of felle passen van zijn moeder, maar een rustige tred. ‘Gaat het jongen?’ en zijn vader stak voorzichtig zijn hoofd om de hoek. Olivier lag opgekruld in zijn bed en tranen stroomden in stilte over zijn wangen. Vader kwam bij hem zitten en streek de zwarte haren uit zijn gezicht en depte zijn wangen met een katoenen zakdoek die hij altijd bij zich droeg.

 

Voor het eerst in zijn leven stroomden de woorden uit Oliviers hart en hoofd moeiteloos naar buiten. Vader luisterde, knikte en luisterde. Meer was niet nodig en woord voor woord voelde de zoon zich beter terwijl zijn vader almaar stiller werd. ‘Ik wist niet dat je je zo ellendig en eenzaam voelde Ol,’ bracht vader tenslotte uit en hij gaf de jongen een stevige knuffel. Zo waren ze een poosje in stilte samen totdat vader zich overeind hees en op zijn horloge keek. 'Zullen we de kalender dan maar omruilen?’ De vraag bleef even in de lucht hangen. Olivier dacht na. Ruilen? Nee, dat kon echt niet. Hij durfde niet alleen naar binnen bij mevrouw Schreuder, ze leek altijd zo boos en Olivier voelde dat ze geen vriendelijke vrouw was. Daarom schudde hij zijn hoofd. Nee, deze kalender was goed genoeg, hij stelde zich aan. En daarmee was het onderwerp afgesloten, basta, klaar.

 

Maar het was niet klaar. Olivier kreeg de adventskalender niet uit zijn hoofd, hij bleef maar denken aan de mooie plaatjes achter de vensters en dat hij die nooit zou zien. Max had ondertussen zijn hele kalender leeggegeten, maar die van hem bleef onaangeroerd. Als Olivier chocolade wilde at hij wel een kransje uit de boom, de lol van het iedere dag een vakje openmaken was verdwenen. Waarom durfde hij niet terug naar de winkel, hij hoefde alleen maar naar binnen, hoe moeilijk kon het zijn? Hij vond het vreselijk eng in zijn eentje en hij kreeg het al benauwd bij het idee. Waarom was hij zo’n slapjanus, was hij maar meer zoals Max.

 

Voor de laatste keer kijken kon toch geen kwaad? Het was 6 december en Olivier had net het sinterklaasfeest achter de rug. Ondanks een paar nieuwe boeken, taaitaai, nog meer chocola en nieuwe handschoenen, had niets hem echt blij gemaakt. Daarom had hij direct uit school een andere route genomen om nog één keer naar Schreuders etalage te gluren. Olivier zag dat het druk was binnen, de ramen waren opnieuw beslagen en er stonden fietsen lukraak tegen het raam. Voorzichtig wurmde hij zich naar voren en drukte zijn neus tegen het koude glas. Een zucht van opluchting ontsnapte uit zijn keel. Ja, hij was er nog, al hing hij een beetje scheef, alles was nog intact. Oliviers ogen gleden over het winterse tafereel; het kleine huis in het bos, de bomen vol dieren en kerstkabouters die druk in de weer waren met hun arrenslee vol pakjes. En alles onder een dik pak sneeuw dat glinsterde in het licht van de maan. Hier wilde hij wel wonen!

 

‘En welke vind jij het mooiste?’ klonk plotseling naast hem. Geschrokken draaide Olivier zijn hoofd en een vriendelijke oude mevrouw lachte hem toe. Ze kwam hem bekend voor en opeens wist hij wie ze was. ‘Mevrouw Beentjes?’ fluisterde hij verlegen en sloeg snel zijn ogen neer. De mevrouw knikte en deed net alsof ze niet merkte hoe opgelaten hij zich voelde. Ze wees naar zijn kalender en vertelde dat die toch wel de allermooiste was. Olivier knikte en daar rolden de woorden zomaar uit zijn mond. Achteraf begreep hij niet hoe hij het had gedurfd om die vreemde mevrouw zijn verhaal over de kalenders te vertellen, maar de woorden moesten er gewoon uit. Net als zijn vader luisterde ze geduldig en onderbrak hem niet. Toen hij klaar was kleurden zijn wangen vuurrood en helemaal toen ze zei wat hij nooit had verwacht.

 

‘Zullen we hem binnen gaan halen?’ Olivier stond perplex en bleef even stil. Toen stotterde hij dat dat niet kon, hij had immers de andere niet bij zich om te ruilen. ‘Heb je die dan nog niet opengemaakt? Dat is wel heel knap van jou dat je chocolaatjes kunt weerstaan. Ik ben daar gek op!’ Olivier bleef nog steeds stokstijf staan. 'Durf je echt niet Olivier?' probeerde ze. 'We doen het samen. Oké’ Of het nu kwam doordat ze hem bij zijn naam noemde of gewoon omdat ze zo lief was (hij had voelsprieten voor fijne energieën), hij besloot om met haar mee naar binnen te gaan. 

 

Het is kerstavond. Olivier zit bij de kerstboom en leest in zijn nieuwe boek. Vlakbij aan de muur – pontificaal in de woonkamer - hangt zijn prachtige adventskalender met alle 24 luikjes open. Achter ieder raampje zie je een fijn geschilderd tafereeltje dat Olivier dagelijks bewondert. Als hij zijn boek uit heeft staat hij op en sluit luikje voor luikje de kalender en plotseling is het winterse tafereel terug alsof er niets is gebeurd. Voorzichtig haalt hij hem van het haakje en slaat snel een sjaal om. ‘Ben zo terug!’ roept hij en hij trekt de voordeur achter zich dicht. Knerpend ploegt hij door de sneeuw om een paar huizen verder af te slaan. De gordijnen zijn dicht maar de ster brandt en zachtjes sluipt hij naar de voordeur en duwt de kalender door de gleuf van de brievenbus. Zijn hart stuitert van liefde. Zou zij net zo gelukkig geweest zijn met zijn chocolade als hij met zijn wonderbaarlijke plaatjes? De chocola was vast en zeker op, maar déze kalender zou voor eeuwig zijn.

 

@missnienox

 

Fot Alexander Schimmeck kerst etalage winkel missnienox kort verhaal

@Alexander Schimmeck


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Yoke
2 maanden geleden

Prachtig

Nienke
2 maanden geleden

Dank je wel! Fijn dat je het mooi vindt😊

Gerda
2 maanden geleden

He wat een heerlijk verhaal ☺️

Nienke
2 maanden geleden

Dank je wel lieve Gerda. Fijn dat je het mooi vond😊