De uitkijkpost - deel 1

Gepubliceerd op 13 november 2021 om 09:24

Sjaan stond vooraan en ze had haar knokige handen stevig in haar zij geplaatst. Haar ellebogen beletten de andere dames dichtbij te komen. Haar hele houding straalde afstand uit en dominantie. Met haar snerpende stem deed ze verslag van wat zij als enige kon zien. “Ja hoor, ik zei het je, hij is precies op tijd. Keurig in het pak, nou nou, die neemt het ervan. Ik geef je op een briefje dat hij een afspraakje heeft, de hengst!”

 

De vier bejaarde dames zaten op hun post - een zonnige inpandige galerij op de vierde verdieping van een serviceflat – en ze hadden zojuist hun onderwerp van de dag ontdekt. Ze konden op geen enkele manier weten dat wat ze zagen niet was wat ze hoopten. Wat werkte de menselijke geest toch bedrieglijk eenvoudig dat zoiets simpels doel trof. August Tjassing grinnikte achter zijn krantje en knipoogde naar de dikke kater op zijn schoot. Vooralsnog ging alles volgens plan.

 

Wie het vreemde groepje dames bij elkaar zag had gelijk. Ze vormden een aparte combinatie. Zoals opvallende Sjaan met haar knokige scherpe verschijning, immer proberend jong te blijven. Zij droeg haar blonde geverfde haar hoog getoupeerd, haar magere benen gestoken in een opzichtig kleurige legging en haar gezicht rimpelde diep gebruind. Als vast accessoire naast al haar gouden sieraden droeg ze een peuk, of deze nu branden mocht of niet.

 

Thea was een jaartje ouder en zag eruit zoals je het graag ziet bij een bejaarde vrouw. Grijze krulletjes vers uit de rollers, een polyester bloemenblouse en een beige zakkerige stretchbroek. Stevige orthopedische schoenen waarop ze graag mocht ronddraven. Zij was de actiefste van het stel. Thea werkte als vrijwilliger tijdens alle soorten uitjes en kende iedereen. Als je iets wilde weten dan moest je bij haar zijn en aangezien Sjaan nogal nieuwsgierig was, verklaarde dat de aantrekkingskracht tussen de twee. Thea was informatief waar Sjaan suggestief was en ze hadden daarin geen last van elkaar.

 

De derde was Anteunette, een lange mannelijke vrouw, die liever Teun genoemd werd. Ze was stil en erg op zichzelf. Teun liet zich de eerste jaren op de flat amper zien en werd in de wandelgangen ‘magere Hein’ genoemd. Sjaan ergerde zich aan haar stille buurvrouw en begon haar uit te nodigen. “Sjonge jonge, ik dacht dat je omgevallen was? Kom toch eens mee naar de vierde. We hebben drank en sigaretten en ik kan mijn klep houden. Soms”. Teun trok een vies gezicht bij de rookwaar maar kon een borreltje wel waarderen en knikte. Sinds die dag was ze erbij, stil en stabiel.

 

Nummer vier was een verhaal apart. Bep. Eigenlijk was zij de spil van de groep, maar dat werd niet hardop uitgesproken. Thea en Teun wisten dit, waar Sjaan zichzelf het middelpunt waande en dat wilde de dames graag zo laten. Hoe harder de jaren klommen, hoe groter de aversie tegen disharmonie. Ruzie met Sjaan zou een terreur uitlokken waar niemand op zat te wachten. Ze konden zich arme Rudi nog goed herinneren… Deze waagde het eens Sjaan een bemoeiziek mens te noemen en sindsdien zagen ze Rudi nooit meer buiten de kamers van zijn flat. Op een dag kwam hij in zijn kist naar buiten. “Dat zal hem leren, die zure azijnpisser!” siste Sjaan. Arme man, hij is letterlijk weggekwijnd. Dat mens heeft hem de genadeklap gegeven – werd er gedacht door de rest van de bewoners.

 

Bep was dus de vierde, de motor van de groep. Het was haar appartement op de vierde verdieping waar het gebeurde, zij schonk de koffie en was de gastvrouw. Ze was met haar vijfentachtig jaren de oudste en niet meer zo mobiel. Met haar rollator deed ze de gangen en het wandelingetje naar de winkel van het huis en dat was genoeg voor haar. Bep had een gruwelijke hekel - weerzin was een beter woord - voor de natuur. Regen en wind betekende klammigheid en tocht. Wandelen kon blaren opleveren en nog erger, transpiratie. Bep wenste ten alle tijden een dame te blijven. De rollator was eigenlijk voor de sier - een soort excuus – die letterlijk deuren voor haar opende.

 

Ze mocht zich dan lichamelijk koest houden, geestelijk was ze een dolle stier. Haar hoofd maakte altijd overuren en niemand zag dat aan de buitenkant. Bep was zeer intelligent en daarom nieuwsgierig. Haar bleke teint, roze wangetjes en blauwwitte krulletjes wekten een tere indruk, net als haar tengere kleine lijf. Zij speelde deze rol met verve, want het gaf haar de vrijheid om in haar eigen flat te doen en te denken wat ze maar wilde: deze groep dames ontvangen bijvoorbeeld, ook al was het ooit het initiatief geweest van Thea. Hoewel, eerlijk gezegd was het iemand anders, haar goede vriend August die het idee had geopperd. Niemand wist daar verder iets van uiteraard.

 

Meneer Tjassing - August voor intimi - woonde nog maar net in zijn flat op de eerste verdieping, toen Sjaan hem in haar vizier kreeg. Het werd het begin van een bijzonder vervelende periode en August had lang nodig om het negatieve gevoel om te zetten naar iets positiefs. Sjaan had een crush voor hem, of een fling, zoals zijn kleindochter het schaterend noemde. Ze was helemaal hoteldebotel op hem en sprak hem iedere keer dat hij op zijn sloffen de galerij op sloop aan. “Zo meneer Tjassing, bevalt het al wat op De Beuken? Bent u al lekker gesetteld? Jammer dat uw vrouw is overleden, u zult wel eenzaam zijn. U bent niet de enige hoor, ik ben ook best eenzaam soms. Wat zegt u ervan, zullen we onze eenzaamheid samensmelten tot iets bijzonders saampjes?” August sloeg dan iedere keer dicht, ook al vroeg Sjaan bijna altijd hetzelfde in verschillende bewoordingen. “Nee dank u, vriendelijk bedankt” en dan schuifelde hij bliksemsnel achterwaarts zijn deur binnen om deze snel te sluiten.

 

Afschuwelijk! Dit woord was het enige dat door zijn hoofd stuiterde en het maakte hem zenuwachtig en kwaad tegelijk. Het enige dat hem hielp was rustig in zijn zetel rusten, met Bertram op schoot en de foto van Margreth in zijn hand. Hij vond het prettig om hardop tegen haar te blijven praten. ‘Lieve Mar, jij begrijpt mij altijd zo goed. Zonder jou is er weinig aan. Verveling zou beter zijn dan de tirannie van die vreselijke ordinaire vrouw. Niemand komt bij jou in de buurt schat, echt niemand! Het hoeft niet meer van mij, ik heb het beste in de liefde gehad met jou en nu heb ik genoeg aan mezelf en Bertram. Het moet stoppen met dat mens, ik moet het haar zeggen en ik durf niet…”

 

Op een dag toen hij daar weer zo zat, met Bertram op zijn linkerknie en Margreth in zijn machteloze vuist, kwam er een antwoord op zijn gebeden. DOE ER IETS AAN klonk ineens keihard in zijn oor. “Wie is daar?!” schrok August en hij keek verwilderd om zich heen terwijl hij opsprong. Bertram zigzagde blazend weg en kroop achter het gordijn en August bukte stram om de foto van zijn vrouw op te pakken. Hij streek de vouwen in het papier glad en ontdekte ineens iets. “Verdomd, wat is dit nou?’, mompelde hij en hij scharrelde zijn leesbril op uit zijn vestzak. Hij had het juist gezien, want achter Margreth – zittend in haar lievelingsstoel – ontwaarde hij een boek in de kast. Doe er iets aan & neem actief de regie terug over je leven. Een zelfhulpboek zo te zien, van ene B. Gispens.

 

Waarom had hij dat boek nooit eerder gezien? En die naam die kwam hem ergens bekend voor… August was ineens in een opperste staat van paraatheid. Het klopte allemaal precies. Mar hield van zelfhulpboeken en praatte daar graag over. Ze had hem veel bijgebracht op het gebied van de psychologie. Eigenlijk was zij altijd de sterkere geweest, lichamelijk niet, maar verstandelijk zeker. Nu had ze opnieuw haar wijze woorden gesproken en hij had ze gehoord. Hoop en vertrouwen borrelden in zijn oude borstkas op als een warme gloed. August greep Bertram bij zijn zachte pels, drukte zijn gezicht in zijn vacht en gaf hem een knuffel die vele vergeten knuffels goedmaakte. De oude man zong en de kater snorde. Ineens was er weer toekomst, er was werk te doen.

 

Terwijl de vier dames nu allemaal op een rij voor de ramen stonden, haalde Josef Stuiver zijn roldeur naar beneden. Hij sloot de garagebox af en controleerde deze voor de zekerheid. Tevreden liep hij naar zijn glanzend blauwe Aixam Coupe GTI Special en uit zijn ooghoek zag hij de donkere gestalten hoog achter de ramen. Hij draaide nog eens koket met zijn achterste richting zijn publiek en wurmde zich vervolgens achter het stuur. Neuriënd startte hij de automaat en reed soepel langs de garageboxen het straatje uit. Graag gedaan – knikte hij zachtjes richting de binnenspiegel. Het leven was weer leuk!

 

 

Wordt vervolgd / volgende week het tweede en laatste deel.

 

@missnienox

 

 

 

Foto Arnaud Jaegers flat

Foto: Arnaud Jaegers


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Gerda
2 maanden geleden

Oh, heerlijk verhaal. In een paar zinnen beschrijf je uiterlijk en karakter van de personen zo dat je ze gelijk voor je ziet. Benieuwd naar deel 2 ☺️

Nienke
2 maanden geleden

Merci! Dit is voor de verandering eens een verhaal in 2 delen (opdracht schrijfcursus) en daardoor is er meer ruimte voor karakterbeschrijvingen. Al moet je altijd keuzes maken wie het belangrijkste personage is. Nu nog een week wachten op de ontknoping! Fijn dat je het een heerlijk verhaal vindt tot nu toe. 😊