Home » Korte verhalen » De boze stiefmoeder - deel 1

De boze stiefmoeder - deel 1

Gepubliceerd op 26 februari 2022 om 01:11

 

Soms worden sprookjes een gruwelijke waarheid. Een realiteit waaraan niet te ontsnappen valt en die vreselijker kan zijn dan onze grootste angst. Het voordeel van een sprookje is dat je gewoon het boek dicht kunt slaan. De vreselijke personages zijn immers uit de duim gezogen en naast vermaak is hun enige functie je iets te leren. Die vreselijke stiefmoeder is maar een verzinsel. Toch? Welkom in de echte wereld en Griselda is haar naam.

 

Er was eens een geniepige harde vrouw die een zachte man aan de haak sloeg. Ze trouwden op hun achttiende en betrokken een eenvoudige arbeiderswoning aan de rand van een klein plaatsje. Het uitzicht vanaf hun kleine voorkamer vormde een donker bos en vlak daarvoor lag het spoor als een rafelig lint. Ieder uur dat de locomotief voorbij dreunde trilden de vensters in hun voegen en schudden de beeldjes op de vensterbank. Het oude stationnetje lag op loopafstand en bracht de man iedere dag naar zijn werk op de fabriek in de stad.

 

Spoedig werden er dochters geboren, drie op een rij, met prachtige namen als Mathilda, Dorothea en Clothilda. De jonge moeder bloeide op door haar nageslacht. Het waren fijne dochters, goedlachs en uitbundig, net als de moeder ooit was. Waar moeder haar harde lach enkel inzette om aandacht te krijgen, lachten de dochters de hele dag om niets. Ze plaagden, discussieerden en het duurde niet lang of de moeder kon er niet meer tegenop. Ze mocht dan macht hebben over het mannelijke geslacht, haar herseninhoud had zo haar grenzen. Precies op dat moment voelde ze op een ochtend de oude vertrouwde zure smaak uit haar keel opwellen en ze wist wat dat betekende.

 

De vader wist niets van de onverwachte zwangerschap. Al sinds de geboorte van zijn eerste dochter werkte hij zich van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat kapot in de fabriek, waar hij machines bediende en onderhield. Dochters kosten nu eenmaal veel geld, ze willen kleren om te flaneren in de stad. Zijn collega’s keken hem vol medelijden na als hij moedeloos naar het station sjokte. De moeder had namelijk een behoorlijke reputatie die zich als een olievlek over de gemeente verspreidde. Ze zou er meerdere mannen op na houden en stik jaloers zijn op haar eigen dochters. Er werd gekletst en gewezen, maar de moeder interesseerde het niets. In de wittebroodsweken had ze nog een beetje liefde geveinsd voor haar man, maar toen de realiteit van alleen thuiszitten zich aan haar opdrong, vond ze dat ze beter verdiende.

 

De overlast van de trein ieder uur, veranderde op een dag in pure lust. Sinds de moeder doorkreeg dat haar tienerdochters alle mannenhoofden lieten draaien, besloot ze daar listig gebruik van te maken. Als zogenaamde chaperonne van haar lievelingen wandelde ze mee naar het station, zodat haar kroost veilig met de trein naar de stad kon rijden. De moeder bemachtigde vervolgens een zitje bij het raam van de stationsrestauratie en nam een bevallige pose aan. Dat werkte geweldig en er ging geen dag voorbij zonder dat ze getrakteerd werd op thee en gebak. En van het één kwam het ander en zonder al te veel woorden verkaste ze een deurtje verder. De smoezelige herberg had altijd wel een kamer leeg staan en de reizende heren legden haar op alle fronten in de watten.

 

Je begrijpt dat het plotselinge nakomertje niet welkom was. De moeder besloot de vader niets te vertellen, ze deelden toch al niets meer dan een tafel en bed. Een bed om enkel in te slapen, want de moeder had haar buik meer dan vol van die stumper van haar. Nooit thuis, alleen maar aandacht voor zijn dochters en hij leek ook immuun te worden voor haar manipulaties. Waar had ze een vent anders voor? Als ze maar gewoon doorging met ontkennen, haar versnaperingen ontving en stevig doordronk, dan zou het kind haar wel verlaten. Ondanks haar risicovolle gedrag bleef de foetus stevig zitten en beviel de moeder uiteindelijk zes weken te vroeg van een klein zwak meisje. Terwijl de vroedvrouw waarschuwde dat het kleintje het einde van de dag niet zou halen, bleef het stille kind gewoon leven. Iedere keer dat de moeder in het geleende wiegje keek staarden twee zwarte kraaloogjes haar doods aan. Geen geluidjes, weinig beweging en al helemaal geen aanstalten om de moeder te verblijden. “Ik geef het op!” mopperde ze en ze liet het kraambed en haar baby achter.

 

Toen de vader in de schemering thuiskwam vond hij het huis in diepe stilte. Op het vodje op tafel stond gekrast dat zijn vrouw haar geluk elders had gevonden, bij een man die een vrouw wel waardig was. Boven wachtte hem een verrassing en uit pure woede en ongeloof stampte hij de trap op. Waar hij ‘s morgens zijn chagrijnige ietwat ronde vrouw had achtergelaten, vond hij nu een vreemde wieg. Een zacht zeurderig gemekker bereikte hem en hij maakte voor het eerst kennis met zijn jongste dochter. Toen hij in de ernstige oogjes keek die zich direct in de zijne vast haakten, herkende hij voor het eerst iets van zichzelf. “Jij bent van mij kleintje, kom maar hier” en voorzichtig nam hij haar op. Het stille pakketje op zijn arm weerspiegelde zijn eigen rustige aard en instinctief voelde hij direct heel veel liefde voor dit kind. Waar de andere dochters hem verbaal de baas waren, om over zijn vrouw nog maar te zwijgen, leek hij in dit wezentje eindelijk zijn gelijke te hebben gevonden.

 

Ook de dochters kwamen niet meer thuis, nadat de moeder ze effectief had bewerkt. Liever woonden ze bij hun tante in de stad, waar de bioscoop en eetcafés om de hoek waren. De moeder wilde per direct het huwelijk ontbinden, want ze wenste te trouwen met haar grote liefde. Een weduwnaar zonder kinderen en daardoor de perfecte kandidaat. Dit alles werd simpel meegedeeld per ansichtkaart en de vader nam zijn verlies gelaten. Hij zou voor zijn kleinste meisje zorgen en regelde dat ze mee kon naar de fabriek. Er was daar een voedster die overdag voor de baby kon zorgen en als tegenprestatie deed hij klusjes aan haar huisje op het fabrieksterrein. Het trage groeien van de zuigeling was niet het enige dat de voedster opviel, het was ook de oogopslag. Ze hield het kind haar zus voor en die beaamde dat er inderdaad iets niet in de haak was. Daarom was de voedster opgelucht dat haar taak er na een half jaar op zat en de vader het kind meenam. Hij had een oppas dicht bij huis gevonden, een oudere alleenstaande dame.

 

Griselda was met haar twee jaar aan de kleine kant en dat popperige werkte in haar voordeel. Ze vond het fijn om overdag bij mevrouw Klara te zijn en de oppas was op haar beurt reuze verguld met het kleine ding. Zeker toen deze op een dag “Mama!" naar haar riep en ze besloot hierover te zwijgen tegen de vader. De echte moeder had niet maar naar het kind omgekeken en de kleine Griselda had zich aan deze moederfiguur gehecht. Vanaf die dag werden ze echt onafscheidelijk. Klara reed Griesje (zoals ze haar liefdevol noemde) rond in haar wandelwagen, zong haar in slaap en las haar ontelbare boeken voor. De kleuterschool werd vermeden, want Klara had alsnog haar gewenste dochter en weigerde haar te delen.

 

Toen de vader op een dag iets eerder het tuinhekje van de oppas opende, stond hij plotseling versteend. Hij hoorde zijn stille dochter uitgebreid babbelen met Klara en naast ‘mama dit en mama dat’ zag hij aan de hele houding van de vrouw dat ze zich de moeder waande. De vader besloot er niets over te zeggen, omdat dit in zijn aard zat en nam zijn dochter de volgende dag mee naar de stad om nooit meer terug te keren. Klara werd verscheurd door verdriet en wierp zich voor de eerste de beste trein, terwijl Griselda uiterlijk onaangedaan bleef maar inwendig raasde. De eenvoudige zolderkamer die ze met haar vader halsoverkop betrok werd haar nieuwe wereld. Met de kleuterschool op loopafstand en een vader in de buurt werd niets meer hetzelfde.

 

Griselda vond het niet leuk op school, maar zweeg daarover. Liever vleide ze haar vader met haar lieve blik en zoete glimlach. Al snel had ze door dat ze de arme man kon manipuleren voor alles dat zij wenste. School gebruikte ze om braaf en razendsnel haar werkjes te maken, zodat ze tijd won om te observeren. De kinderen uit haar klas waren allemaal bevriend met elkaar en speelden samen op het schoolplein. Griselda keek stilletjes toe. Al begreep ze eerst weinig van de regels, ze leerde razendsnel. Geraffineerd kopieerde ze haar goedlachse klasgenootjes, alleen zij meende er niets van. Het was Griselda enkel om het effect te doen. Toen ze alles doorhad, verlegde ze haar aandacht naar de juffen. Zodra ze merkte dat een juf positief op haar kleine attenties en hulp reageerde, wist ze dat ze binnen was. Het interesseerde Griselda niets wat een ander voelde of nodig had, zij dacht alleen maar aan zichzelf. Als een kameleon plooide ze zich naar de volwassenen en niemand had door dat ze ondertussen de baas was.

 

Het begon pas echt problematisch te worden toen de oudste zussen plotseling op de stoep stonden. De tante werd niet langer geschikt bevonden en vader was in eerste instantie dolblij. Ze betrokken een groter huis, al moesten de zussen nog steeds een kamer delen. Griselda wist niet wat haar overkwam met ineens drie oudere zussen in huis. Knappere meiden dan zij, met chique kleren en grote goedlachse monden. De zussen zagen haar niet staan en zij fleemde alsof haar leven ervan afhing. En het werkte. De zussen vonden dat lieve kleine zusje wel aandoenlijk en verwenden haar schandalig. Griselda vond het leven met de dag leuker worden nu ze de controle had over iedereen om haar heen.

 

Tot er op een dag ineens een grote harde vrouw op de stoep stond en de vader ineenkromp. De moeder kwam haar dochters opeisen en wel direct. Spuugzat van haar saaie echtgenoot op leeftijd en te lui voor huishoudelijke taken zag ze in haar rijpe nageslacht volop mogelijkheden. De tweede en derde dochter gingen na lang bakkeleien schoorvoetend mee, de oudste en jongste bleven achter. Met witte knokkels balde Griselda in een hoekje haar vuisten. Ze haatte dat vreselijke mens dat haar leven had verpest en nam zich voor nooit te trouwen en kinderen te krijgen. Ook al gaf ze bar weinig om haar vader, ze had er wel last van dat die vent kroop voor dat mens. Griselda vond dat ze recht had op een ander en voelde zich beledigd door iedereen die door haar vingers glipte. En op dat moment knapte er iets bij haar.

 

 

Wordt vervolgd – volgende week het tweede en laatste deel.

 

@missnienox

 

 

Foto Petr Sidorov boze stiefmoeder zwarte cape missnienox kort verhaal

@Petr Sidorov


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Gerda
3 maanden geleden

Een heerlijk en intrigerend sprookje, ben benieuwd naar deel 2 ☺️

Nienke
3 maanden geleden

Ha! Fijn om te horen en merci lieve Gerda😁 Dit verhaal heb ik net geschreven, vers van de pers! Deel 2 moet nog even op papier, maar dat komt helemaal goed. Nou ja, of het sprookje goed komt?!